Hugo Claus in Nukerke

 

Claus, de alleskunner, de duivelskunstenaar, de man die Vlaanderen in zijn visionaire verbeelding haar ware vorm had gegeven en een magistraal oeuvre op zijn naam heeft staan, kon niet meer schrijven. De laatste jaren wist hij, als hij een zin begon, niet langer hoe hij die moest afmaken. Niet meer kunnen schrijven, dat is wel het wreedste lot dat Hugo Claus kon treffen.1

 

 


Op woensdag 19 maart 2008 overleed Hugo Claus op 78-jarige leeftijd in het Middelheimziekenhuis te Wilrijk. Hij leed aan de ziekte van Alzheimer en bepaalde zelf het moment van zijn dood door voor euthanasie te kiezen. Schrijver Paul Rigolle schreef in “Literair en ander nieuws”, een blog van 20 maart 2008: "Mee te stappen in de lange klakkeloze stoet van de herdenking... En daarbij veel ootmoed aan de dag te leggen. Ootmoed om net als iedereen van ons toe te geven hoe schatplichtig we altijd al zijn geweest aan die ouwe dooie reus van Nukerke. En hoe we dat ook wel altijd zullen blijven".

In haar “In Memoriam Hugo Claus” schreef Sophia Van Parijs op 19 maart 2008 : “De dood van Hugo Claus is veel, maar het is geen verlies voor de literatuur: de boeken zijn geschreven, de teksten zijn klaar, er was niks meer op komst.”


In 1964 had Claus zich kandidaat gesteld voor de functie van directeur van de Koninklijke Nederlandse Schouwburg te Gent, maar omdat hij teveel de nadruk legde op vernieuwing en experiment werd zijn kandidatuur afgewezen. Hij was daar ten zeerste over verbaasd en verbolgen en verbood dat zijn stukken nog langer in Gent werden opgevoerd. Met vrouw Elly Overzier2, waarmee hij op 26 mei 1955 was getrouwd, en zijn zoon Thomas verhuisde hij naar Nukerke. Na een kort verblijf bij de schilder Maurice Wyckaert (Tiemerskouter, gelegen dicht bij de Visvijvers) nam hij zijn intrek in zijn intussen verbouwde grote hoeve daterend uit 1720 (Ten Hole nr 16). Louis-Paul Boon schreef over Elly Overzier in De Vooruit een krantenstukje kort na de geboorte van Thomas : “Ik heb haar nog gekend als filmster, en dan later als blonde muze van de dichter, en dan later als de vrouw van onze beroemdste romancier.” Korte tijd nadien volgt er in dezelfde krant een nieuwe column met als titel “Hugo Claus in Nukerke”. Roel D'Haese had Boon op een zekere dag “door de ijzel, mist en duisternis” meegenomen naar de hoeve waar Claus woonde. Over die hoeve schreef Boon: “Zij staat daar in het heuvelland van de Vlaamse Ardennen, in een vierkante U-vorm, kompleet met binnenkoer. De aloude boerenhuiskamer heeft hij nog ruimer gemaakt, met een paar muren te laten wegkloppen er de bakoven aan toe te voegen. De bakoven bestaat nog steeds, maar is nu een open haard geworden... Van wat dan een schuur of schuur moet geweest zijn, heeft hij zijn werkkamer gemaakt. Daar schrok ik echt van... het leek wel de cel van vader abt, zo kaal en streng. En met alleen tegen de wand een even strenge bureelkast, waarin alle onafgewerkte manuscripten, filmscenarios en vage plannen geordend liggen. Geen enkel boek, geen enkele snuisterij. Niets dat hem zou kunnen afleiden... In het huis loopt de kleine Thomas rond, die helemaal Hugo is en alle dieren kan nabootsen, een paard en een gans en een eend en een leeuw, behalve een vis. Dat heb ik hem dan nog gauw mogen leren. Ik moet terugkeren, zegt Hugo, in de zomer. We zullen lange wandelingen maken en elkaar veel vertellen van wat we nog niet wisten. En als we moe en hongerig terugkeren naar zijn hoeve, zal Elie kalkoen hebben gereedgemaakt.” Wanneer Louis-Paul Boon nog eens naar Nukerke kwam is niet bekend.

 

 

 

  

Kaartje hertekend uit het landboek van Nukerke, opgemaakt in1776.

   


 

 Detail van de kaart van Ferraris.            

 

 

  

 

 Detail van de Poppkaart van Nukerke.

 

Claus had de boerderij gekocht van wapenhandelaar Roger Vandendaele-Eyckman uit Ronse (winkel was gelegen op de hoek van de Olifantstraat en de Elzelestraat). De pachter, René Tonniau-Verhellen3 verliet de hoeve en verhuisde op 2 oktober 1963 naar Ronse, Stookt nr 175. Hun zonen Oscar, Remi en André waren er reeds van 22 januari 1963. Op 21 november 1964 werd Hugo Claus officieel uitgeschreven uit de bevolkingsregister van Gent en ingeschreven te Nukerke. Kort daarna, op 31 augustus 1965, komt Mariette Lowyck (te Brugge geboren op 22 augustus 1943) als meid bij Claus inwonen. Ze werd echter op 30 januari 1962 wegens openbare zedenschennis geïnterneerd voor een termijn van vijf jaar en verbleef daarvoor in het gesticht voor Sociaal Verweer te St.-Andries Brugge. Thomas, het zoontje van Claus, geboren op 6 oktober 1963 te Gent, zat in de 1ste kleuterklas van de “Gemeenteschool” in de Holandstraat.

 


Een foto van de groep met kleuterleidster Magda De Voet. Staande van links naar rechts : Christine Verhellen, Marleen Van Sieleghem, Pascal Bothuyne, Hendrik Coopman en kleuterleidster Magda Devoet.
Midden van links naar rechts : Thomas Claus, Rita De Roose, Luc Bauwens en Patrick Verhellen(†).
Zittend van links naar rechts : Koen Verhellen, Johan Verhellen, Roberte Verhellen, Marianne Verhellen en Koen Dewolf.

 

 

 

Moeder Elly kon goed met de mensen van “den buiten” opschieten. Magda vertelt dat ze meermaals haar ongenoegen liet blijken over “de vertrekken” van de school. De toiletten, ook genoemd ʻhuizekenʼ, waren allesbehalve hygiënisch, zonder waterspoeling – een plank met een rond gat (den bril van 't vertrek). Met de bouw van de nieuwe school in 1987 is alles vanzelfsprekend veranderd. De Ten Hole straat was in die tijd amper met grind verhard, de meeste andere straten waren wel gekasseid.

 

 

De boerderij waar Hugo Claus enkele jaren verbleef ligt nu nog altijd prachtig verscholen midden in groen.

Claus liet de oude boerderij opknappen en verbouwen. Hij had ook met het idee gespeeld om in 1966 bij de hoeve een futuristisch schrijverspaviljoen op te richten. Dit vertelt althans Albert Bontridder. Albert Bontridder, geboren te Anderlecht op 4 april 1921, studeerde in 1942 af als architect. Hij maakte o.a. het plan voor de woning van zijn vriend Louis Paul Boon. In “Ten huize van ... Albert Bontridder”4 vertelt hij : “Ik heb nooit in het project voor Hugo Claus geloofd, al bleef ik hem sympathiek vinden. Hij heeft me aardig bij de neus genomen. Bij zijn grote vierkantshoeve met strodak in Nukerke wou hij een schrijverskamer, maar hij vond er de middelen niet voor. Al bewees de prachtige restauratie van minstens één vleugel van de hoeve dat hij wel geld had. Ik denk dat hij nooit in dat schrijverspaviljoen heeft geloofd, al hield hij me aan de lijn.” Een 50-tal meter voorbij de boerderij, verborgen tussen de struiken, staat nog het houten chalet waar Claus meerdere werken schreef. Dit chalet liet Elly Overzier in 1965 uit Nederland overbrengen naar Nukerke. Het werd onmiddellijk na de grote watersnood, die zich voltrok in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953, gebruikt als noodwoning voor de getroffen families.

 

Dat het daar rustig was blijkt uit o.a. uit een gezegde van Claus : “ik woon op een plaats in Nukerke waar Christus nog niet voorbij gekomen was”. Een kunstwerkje van Claus, aangekocht door het gemeentebestuur in 2006, toont ons een zicht van Ten Hole naar de Keistraat, met rechts een deel van zijn hoeve. Het draagt als titel “Zicht op Nukerke” (zie links).

Gerd de Ley schreef5 : “Woont hij niet als een graaf van Vlaanderen, in zijn eigen burcht te Nukerke ? In dit dorpje tussen Oudenaarde en Ronse kocht hij een tweehonderdvijftig jaar oude hoeve, in carré gebouwd rondom een binnenplaats. Op het erf lopen zestien kalkoenen rond en in het stro van de daken wemelt het van de mussen.... Claus zegt de stad (Gent, daarvóór Rome) verlaten te hebben voor zijn kind. “Een kind moet buiten opgroeien”. Thomas heet zijn zoontje, naar de apostel die eerst zien en voelen moet voor hij kon geloven. “Dat zien en voelen vind ik zo ʼn mooi gebaar” bekent Claus, en “mijn kind heeft er ook de aanleg voor.” Ik vind het fijn om buiten te wonen. “'k zou echt niet weer terugwillen naar de stad. Als je drie jaar in Rome en drie in Parijs gewoond hebt en in Mexico en Griekenland bent geweest, dan is het huis in Nukerke een vesting.”

 

 

Elly Overzier, Thomas en Hugo Claus in hun tuin te Nukerke.

Regelmatig krijgt hij bezoek van allerlei kunstenaars en reporters. De Standaard van 4 juli 1965 schreef : “Als Geus in Vlaanderen – Eens Ronse voorbij, reden wij Zuid-Frankrijk binnen. Dat klopt niet, zegt u met uw nuchteren kop en uw geografische bezetenheid en u hebt natuurlijk gelijk, maar die dag leek het net zo. De zon brandde Zuidfrans en het landschap paste zich aan en kronkelde van wellust. U kent die Provence-prentkaarten, wel, de weg van Ronse naar Nukerke ontrolde zich tot zo'n natuurgrote evende prentkaart. En ook de mensen die ons vriendelijk wegwijs wezen, spraken een pikant idioom waar je als Belg geen moer van snapt.

 

Later, in 1989, beschrijft Claus zijn boerderij in het boek “De Zwaardvis”. Het boek wordt uitgegeven als “Boekenweekgeschenk”, een uitgave van de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek ter gelegenheid van de Boekenweek 1989. De belangrijkste plaats in het verhaal is de boerderij, zijn boerderij. Daar wonen Sibylle, Maarten en daar werkt Richard. Ook meester Goossens komt ook nog in het verhaal voor. Ik haal hier slechts een paar korte fragmenten aan die dit aantonen:

Blz 10 : “Je kunt het plenzen van de bron horen op het terras. Als je er een Coca-Colaflesje
onder houdt is het meteen vol. IJskoud water dat gutst in de groenbemoste oude stenen put tussen de bamboestruiken.” (De bron is er nu nog altijd op het terras).

Blz 11 : 'Ik wil geen rieten dak, Gerard.'
'Maar poesje, iedereen, alle schuren uit de omtrek hebben een rieten dak.'
'Ik wil stro, echt stro zoals het vroeger was.' (Hugo Claus liet de hoeve restaureren in 1964 en het dak werd gedekt met stro. Pas rond 1984 kreeg het een rieten bedekking).

De komst naar Nukerke betekende zeker geen artistieke onderbreking. Enkele voorbeelden van zijn oeuvre gerealiseerd tijdens zijn verblijf te Nukerke:

1. In Amsterdam verschijnt in maart 1965 de catalogus “De schilderijen van Roger Raveel door Hugo Claus”. Het zijn 10 gedichten bij de tentoonstelling van het werk van Raveel in Galerie Espace, de oudste galerie voor eigentijdse kunst in Amsterdam.
2. "De Mattheuspassie" op muziek van Pater De Brabandere met dialogen van Hugo Claus beleeft op 2 april 1965 zijn première te Gent.
3. De verzamelde “Gedichten 1948-1963” verschijnen in oktober 1965.
4. Naar aanleiding van de Maurice Wykaert6 tentoonstelling in Galerij M.A.S. te Deinze publiceert hij het lange gedicht “Het landschap”. Het gedicht werd opgenomen in het boek “Het rusteloze landschap”, een uitgave van het Mercatorfonds.7
5. In het Paleis van Schone Kunsten te Brussel wordt op 16 april 1966 “Thyestes” naar Seneca gecreëerd. Het boek zelf verschijnt in dezelfde maand.
6. "De dans met de reiger", een cinéroman met foto's uit de gelijknamige film verschijnt
eveneens in april 1966.
7. Hij vertaalt van Fr. Garcia Lorca “Het huis van Bernarda Alba”. De Nederlandse Comedie creëert op 30 september 1966 dit werk in de Stadsschouwburg te Amsterdam in een regie van Ton Lutz.
8. In juli 1967 volgt de eerste bibliofiele uitgave van poëzie van Claus: “Relikwie”. Het zijn 12 gedichten in het Nederlands en het Frans met tekeningen van Paul Joostens (1889-1960).
9. "De Vijanden", opnieuw een cinéroman, verschijnt in oktober 1967. Enkele maanden daarvoor was er de première van “De Vijanden”, zijn filmdebuut.
10. "Masscheroen", naar het wagenspel uit "Mariken van Nieumeghen", werd op 30 december 1967 op het vierde Experimenteel Festival te Knokke gecreëerd in een regie van Claus zelf. Hier voert hij de H. Drievuldigheid op in de gestalte van drie naakte mannen, waarop een heuse rel losbreekt in de pers. Na een aanklacht wegens openbare zedenschennis wordt hij op 5 juni 1968 veroordeeld door de Correctionele Rechtbank, tot vier maanden effectieve gevangenisstraf en een boete van 10.000 BEF. Hij gaat in beroep en het Hof van Beroep in Gent zal hem op 17 maart 1969 veroordelen tot vier maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en 10.000 BEF boete. In Het Laatste Nieuws schreef hij tijdens het proces in een artikel onder de titel 'Naakt als de waarheid en de vrijheid': "Ik wil beslist geen genade vragen aan mijn rechter, noch mildheid verwachten omdat ik toevallig enig literair talent bezit. Wel vraag ik gerechtigheid. En hoe nijdig dit enkele ontmanden in de klem van versleten taboe's mag stemmen, ik vraag het recht om mijn mening te verbeelden, die de Heilige Drievuldigheid naakt laat gaan, zoals de waarheid en de vrijheid."8
11. 1968 is ook het jaar waarin Claus tijdens een Cubareis zijn bewondering uitdrukt oor het 'tropisch communisme'.
12. "Genesis", een bibliofiele bundel met 33 gedichten bij kunstwerken van Roger Raveel verschijnt op 19 april 1969.
13. Met Harry Mulisch schrijft en regiseert hij de opera “Reconstructie” op muziek van o.a. Louis Andriessens. De opera, die een hommage is aan Che Guevara, gaat in première op 29 juni 1969 in het Amsterdams Theater Carré.
14. Het toneelstuk dat het bijzonder goed deed is “Vrijdag”. De première door de Nederlandse Comedie vond in november 1969 plaats in de Amsterdamse schouwburg. Drie jaar lang werd het met succes opgevoerd. In 1970 gaat hij in Amsterdam wonen, waar hij een verhouding heeft met de zeven jaar jongere actrice Kitty Courbois; ze speelde de rol van Christiane. Later schrijft Claus over hun dolle tijd de wrange roman “Het jaar van de kreeft”.
“Vrijdag” werd honderden keren opgevoerd, zowel door beroeps- als door amateurgezelschappen en dit zowel in Nederland als in Vlaanderen, maar ook in Londen, Parijs en Avignon. Begin 1973 ontmoette hij bij het filmen van “Niet voor de poezen” de jonge actrice Sylvia Kristel. Voor de opnamen van onder andere "Emmanuelle" volgde hij haar naar Bangkok, New York, Tokio en Hollywood. Met Sylvia Kristel begint hij dan een nieuwe relatie.

Hugo Claus had dus Nukerke reeds verlaten in 1970 en verbleef er dus slecht 6 jaar. Elly Overzier bleef met haar zoontje Thomas alleen op de boerderij wonen tot februari 1973, 't jaar waarin ook Hugo Claus officieel uit de bevolkingsregisters geschreven werd. In datzelfde jaar verkopen Hugo Claus en Elly Overzier de boerderij aan dichter-schrijver Marc Insingel (pseudoniem voor Marc Dockers), geboren te Lier op 3 mei 1935. De heer en mevrouw Pol en Anny Beatse-De Bock kochten de hoeve in 1983 en wonen er nu.

Opvoering door “Die Winterroose” van “Een bruid in de morgen”

Meer dan 25 jaar geleden, namelijk op vrijdag 19, zaterdag 20 en zondag 21 maart 1982, werd het toneelstuk “Een bruid in de morgen” in de parochiale zaal van Etikhove door “Die Winterroose” opgevoerd voor het klasseringstornooi van Oost-Vlaanderen.

 

Bernard Imant speelde de rol van de vader Henri Pattini en Erna De Voet was de moeder Madeleine Pattini. De rol van zoon Thomas vertolkte Patrick De Vos en Marijke Van Welden die van de dochter Andrea. De rol van de nicht Hilda werd vertolkt door Marika Van Welden. De regie was in handen van Omer Van Welden die eveneens de ontwerper was van het decor; hij werd bijgestaan door Lieve D'Haeze. Het decor werd gebouwd door Gilbert De Potter, Jo Nachtergaele en Raoul Van Rijsselberghe. Toneelmeester was Martine Massez en Christine Lemarcq stond in voor de tekstvolging. De belichtingstechniek was toevertrouwd aan Clothaire De Deken, Achiel De Loof en Cyriel Wieme. Dirk Vermassen was de machinist en Dirk De Merlier was verantwoordelijk voor de muziekkeuze. De toegangskaarten aan 100 F kon men bekomen bij Willy Bodequin.

   

Het toneelstuk “Een Bruid in de morgen” is een Clausiaans stuk dat het meest op een klassieke tragedie lijkt. Maar het is een moderne tragedie, zodat men er niet de bestanddelen in moet zoeken van het “gesloten drama”. Al bestaat de handeling uit een korte krisis, al speelt zich de hele aktie zonder dekorverandering af, al is het aantal personen beperkt, toch mag men dit stuk met Sophocles' Antigone niet ernstig vergelijken... lezen we op het programma dat de avond van de opvoering aan de toneelliefhebbers te koop werd aangeboden.

  

Het stuk werd voor de provinciale jury opgevoerd op zondag 21 maart 1982. De jury voor het klasseringstornooi 1981-1982 was samengesteld uit Daniel De Neve, Hector Blanquart, Maurice Raes, Julien Hamelinck en Gerard Vandeputte.
In het verslag lezen we: "De rolvastheid was voortreffelijk. Enkele versprekingen, waarschijnlijk toe te schrijven aan een zekere nervositeit, brachten op een bepaald ogenblik een kleine verwarring, wat echter het geheel niet schaadde. Over het algemeen was de kostumering verantwoord en diende ze de atmosfeer en de psychologische achtergrond van het stuk. De typering van Pattini kwam monotoon, gelaten en te apatisch over. Hij beschikt over een warme stem en heeft een goede zegging. Alhoewel overigens geslaagd, viel Madeleine te jong uit voor de moederrol, zeker in vergelijking met de vader. Ritme en volume waren goed, maar de taalzuiverheid kan worden bijgeschaafd. De figuur van Thomas, o.m. door snor en bril, gaf een te intellectuele indruk. Bij hem waren teveel gewestklanken hoorbaar en waren de “ng” uitgangen te opvallend. Andrea creëerde een geslaagde en volgehouden rol, met soms zeer goede momenten. Zij gaf een voortreffelijke prestatie met een paar hoogtepunten. Hilda slaagde erin een gefrustreerde vrouw op de planken te brengen die vecht in een laatste poging. Haar spel was aanvaardbaar, maar het gebrek aan levensechtheid zorgde ervoor dat haar vertolking te stroef overkwam. De regie was voortreffelijk. Belichting en muzikale omlijsting waren verantwoord. In bepaalde taferelen mocht het tempo echter sneller zijn en het spel minder nadrukkelijk. Een te weinig afgewerkte woordregie schaadde het lyrische en poëtische van bepaalde teksten".
Samen met o.a. de toneelverenigingen “Voor Taal en Volk” uit Ronse, “Leren Vereert” uit Oudenaarde, “Kunst adelt” uit Nazareth en nog vijf andere werd “Die Winterroose” uit Etikhove geklasseerd in derde kategorie.

 

Het gedicht : “Te Nukerke”

"Te Nukerke", een gedicht van Hugo Claus, is bevestigd aan een muur van Galerie Isabelle Van Hees, Bakkersbos te Nukerke. Daarbij een monumentaal beeldhouwwerk van Willem Vermandere.

 

 

TE NUKERKE

's Zondags, na de vespers, wil hij thuis geen krentenbrood,
de idioot. Hij stapt in het veld en in de huizen
en zwijgt in alle talen.

Zelfs al zit je in een boom
dan ben je toch geen vogel.

Ook in mijn keuken staat hij daar
zonder een gebaar. Zijn tanden malen.
Ik zwaai met mijn hand, hij ziet een zeis.

Als er geen koeien waren
dan was de bandhond een groot beest.

Dan rukt hij de almanak met playgirls
van de wand en rent in het aardappelland.

Beetje bij beetje at de vlo
het oor van de hond.

Hij vertrouwt de waarde van woorden niet
(zoals ik, maar uit een andere nood).
Met zijn playgirl klimt hij blaffend
tussen de takken:

In nemen ende in gheven
Moeten die sinne
Die dolen in minne
Altoes hier leven.

 

  

1. Onno Blom in 'Trouw ' 20 april 2008 (Nederlands dagblad), "In memoriam Hugo Claus 1929-2008".
2. Claus ontmoette in Oostende eind 1948, begin 1949 Elly Overzier, een dochter van een Nederlandse reder.
3. René Tonniau, geboren te Nukerke op 28 januari 1900, overleed te Gent op 22 augustus 1971. Hij was gehuwd met Maria Verhellen, geboren te Nukerke op 6 januari 1903 en te Ronse overleden op 13 september 1977.
4. Jean-Marie Binst in "Brussel Deze Week".
5. Gerd de Ley: "Hugo Claus - De pen gaat waar het hart niet kan", Amsterdam, Loeb & van der Velden, 1980, 1e druk. Paperback, 266 pp. (verzameling interviews en enkele krantenartikelen).
6. Maurice Wyckaert (1923-1996). In 1986 werd reeds een groot biografisch boek geschreven door Freddy De Vree over het werk en de figuur van Maurice Wyckaert, uitgeverij Lannoo. Een nieuwe beredeneerde cataloog van zijn totaal oeuvre verscheen in 2004.
7. "Het rusteloze landschap" met bijdragen van Willy Van den Bussche, Max Loreau, Marc Richir, Patrick Grooters en gedichten van Hugues C. Pernath en Hugo Claus. Het telt 127 pagina's waarvan 112 kleurfoto's van de kleurrijke werken van Maurice Wyckaert.
8. "Het Laatste Nieuws", 16 mei 1968.