Emigratie vanuit de Vlaamse Ardennen naar Argentinië (1880-1890)

 

Tijdens “De Nacht van de Geschiedenis” van 23 maart 2010 gaf ik een lezing over de emigratie vanuit de Vlaamse Ardennen naar Argentinië (1880-1890). Hieronder vindt u een bewerking van het eerste deel van die lezing. Dat behandelt de emigratie in het algemeen: de voorbereiding en de reis van Oudenaarde naar  Villaguay, de regio waar de emigranten terechtkwamen. In het volgend nummer zal de aandacht vooral gaan naar de Vlaamse families die de overtocht waagden.

Inleiding.

Mensen migreren al zolang als de mensheid bestaat.
Onze verste voorouders vertrokken ongeveer veertigduizend jaar geleden vanuit Afrika naar het noorden, richting Europa en Azië en verder naar Amerika. Zij zochten smakelijk voedsel, een gunstig klimaat en een beter leven. En ook nu bewegen mensen zich over de hele wereld op zoek naar welvaart en geluk. "Nog nooit zijn zoveel mensen tegelijk deftig aan het migreren geslagen. Bijna over het hele oppervlak van onze planeet trekken honderdduizenden van hot naar her en het ziet er niet naar uit dat er gauw verandering zal in komen".(1)

Een deel van onze voorouders zijn ook migranten geweest. Waarom werd of wordt men migrant ? Niemand ontvlucht zijn land voor zijn plezier, immers de meeste mensen zijn honkvast. Iemand vlucht omdat hij in eigen land geen werk, geen leven heeft. En net om dezelfde redenen trokken Belgen in vroegere tijden hier massaal weg naar waar er hoop was. De motieven achter de emigratie zijn dus vooral van sociaal-economische aard.
Anne Morelli, professor historische kritiek aan de ULB (Université Libre de Bruxelles) en auteur van het boek “Belgische Emigranten” schrijft: “De toestand in het vertrekland moet dermate slecht zijn dat ze aanzet tot vertrekken en er moet natuurlijk ook een land zijn waar het beter leven is. Hoe dit verder moet? Ach, voor ellende zijn er natuurlijk twee oplossingen. Of men elimineert de ellende. Of men ruimt de ellendigen zelf uit de weg.” En ze voegt er fijntjes aan toe: “Emigratie is steeds een zachte toepassing geweest van die laatste mogelijkheid.”

Donkere tijden waren het tijdens de 19de eeuw, vanaf het jaar 1840 tot in het begin van de 20ste eeuw. Duizenden verpauperde Vlamingen, waaronder ook vele kinderen, vonden door armoede, honger en ontbering een vroege dood. En zij die toch in leven bleven sleepten zich naar een armzalig einde. Om aan het noodlot te ontsnappen en hopend werk te vinden trokken velen weg uit Vlaanderen, hetzij tijdelijk als seizoenarbeider in Frankrijk, hetzij definitief, vooral dan naar Wallonië en naar Amerika.

Heel specifiek gaat deze bijdrage over de emigratie naar Argentinië op het einde van de 19de eeuw. België was toen het dichtstbevolkte land ter wereld met ongeveer 200 inwoners per km2. De landbouwoppervlakte was o.a. door de gelijke verdeling van het erfrecht versnipperd en de landbouwbedrijven waren kleinschalig. De belangrijke crisissen in de landbouw (in de periode 1845-1847 de fameuze aardappelcrisis en in 1880 de grote graancrisis) troffen daarbij vooral die kleine landbouwer. Daarnaast was er nog een omvangrijke groep dagloners die heel moeilijk de eindjes aan mekaar kon knopen. Niet te verwonderen dus dat velen op zoek waren naar een betere toekomst.

Eerste georganiseerde emigratiepogingen.

Tussen 1837 en 1842 waren er pogingen tot emigratie naar onder meer Guinea, Nieuw-Zeeland en Abessinië. In 1844 vertrok Charles Van Lede op verzoek van de Brugse Handelsmaatschappij, gesteund door zowel de Belgische als de Braziliaanse regering met 108 Belgische emigranten, hoofdzakelijk West-Vlamingen, naar Brazilië om er een nederzetting te stichten maar in 1847 ging het project de mist in.(2) In tegenstelling tot de gemaakte afspraken werden de emigranten verplicht om er gronden te ontginnen op vele kilometers afstand van de monding van de Itajahi rivier. De sukkelaars weigerden, kwamen in opstand, werden aangehouden, veroordeeld en opgesloten. Enkelen namen de vlucht en gingen werken in de koffieplantages. Het jaar daarop bleef er van de kolonie niets meer over.

Vanop de preekstoel werden de gelovigen in de jaren 1843-1845 aangezet om te emigreren naar Guatemala. De voorgaande pogingen waren privéprojecten; dit Guatemala project was er een waarin de overheid tussenkwam. Guatemala werd voorgesteld als het beloofde land.

Wie gaat er mee naar Verapas.
Daar moeten we niet werken.
Eten en drinken op ons gemak.
Slapen gelijk een verken.

Het werd ook hier echter een totale mislukking. Het ongunstige klimaat, tropische ziekten, de slechte organisatie van het werk en tal van andere ongunstige levensomstandigheden waren er de oorzaken van. Voor veel Vlamingen, vooral uit de dorpen rond Aalst, Ninove, Zottegem en Oudenaarde bleek het schitterende decor van de Santo-Tomas een vreselijke nachtmerrie:
• de honderden mensen die al gestorven waren aan ziekten, protesteerden niet.
• op 3 juli 1847 werden een 60-tal mensen met de Adèle naar België gerepatrieerd : o.a. Eugène Meulenyzer uit Ronse, Bernard Van Damme en Jean en Leopold Walravens uit Sint-Maria Lierde, Marie-Thérèse Decnyf en het gezin van Charles Lievens uit Erwetegem.
• een derde deel zwermde uit naar de hoofdstad of andere departementen van het land.(3)

Emigratie naar Argentinië.

Argentinië werd onafhankelijk in 1816. Een eerste Belgische emigratiepoging startte tijdens de jaren 1857-1860 onder leiding van graaf de Berlaymont. Dit project kende een begin van uitvoering maar mislukte.(4)
Op het einde van de 19de eeuw kampte Argentinië met een bevolkingstekort. Dankzij de gevoerde immigratiepolitiek werden er in de tweede helft van de 19de eeuw niet minder dan 15 immigratiekolonies gesticht: zes kolonies met Spanjaarden, vijf joodse kolonies en een met Volga-Duitsers, een met Fransen en een Belgische. De leidende klasse wou van Argentinië een land maken naar Europees model. De plaatselijke mulatbevolking wou men geleidelijk vervangen door Europese migranten. De Argentijnse immigratiepolitiek werd samengevat in de slagzin “gobernar es poblar”, “regeren is bevolken”. Daarbij had de staat rond 1880 de gronden op de indianen veroverd en kreeg zo 105.000.000 ha grond in zijn bezit. De kandidaat-landverhuizers moesten gelokt worden, men zou ze gratis grond ter beschikking stellen of eventueel aan goedkope prijs verkopen.

Het project Eugeen Schepens.

Eugeen Schepens werd in Welden geboren op 5 juni 1853 als achtste kind in een rij van 9 in het gezin van Jan Baptiste en Maria Constantia Schamp. De familie woonde in de Reytstraat te Welden. Na zijn lagere school te Welden volgde hij de humaniora te Oudenaarde en daarna trok hij naar de universiteit te Leuven. Hij studeerde er geneeskunde, maar dokter is hij niet geworden; wel behaalde hij de graad van kandidaat in de natuurwetenschappen.

In zijn Leuvense studententijd kwam de Argentijnse president Roca naar Leuven er spreken over de mogelijke immigratie naar Argentinië. Hij hield er een warm pleidooi voor de emigratie naar zijn dunbevolkte land. Iedereen die naar Argentinië wou komen kreeg van de regering gratis een stuk grond om te bewerken. Schepens, die de inhoud van de toespraak van president Roca zeker moet gekend hebben en die de armoede in Vlaanderen zag, was diep onder de indruk en geraakte ervan overtuigd dat er voor de arme sukkelaars en kleine “boerkes” van zijn streek een betere toekomst in Argentinië was weggelegd.
Wat waren dan de oorzaken van alle ellende in Vlaanderen?
Hij schreef :
1. Voor de nijveraars en koophandelaars is er een gebrek aan aftrek van hunne waren.
2. Voor de landbouwers is er gebrek aan goedkoope en vruchtbare grond.
De oplossing zag hij door“het stichten van eene landbouwkolonie in eenen goedgekozen streek”.(5)

In De Scheldegalm schreef hij op 11 april 1880:
"Ik ben Belg, katholiek en Vlaming. Ons land verkeert in een netelige toestand, het heeft een te grote bevolking in verhouding tot zijn uitgestrektheid, dus gebrek aan werk en armoede. Het zedenbederf neemt toe; de landerijen zijn allemaal bezet, de ambachtslieden zijn te talrijk en het werk is schaars. Daardoor kunnen er vele niet tijdig huwen en ontstaan oneerlijke toestanden. 't Is niet te verwonderen dat menige ogen zich beginnen te wenden naar andere kusten en naar middelen om die toestand te verhelpen...
't Is een liefdewerk zijn landgenoten te onderrichten nopens de tegenwoordigen toestand en de toekomst van België, en naar middelen uit te zien om die toestand te verhelpen. 't Is naar dat edel doel dat ik streef. Daarom ben ik zinnens een volksplanting in te richten in de Plate, in Zuid-Amerika. Want landbouwers, ik vraag het u met ernst; wat moogt gij, wat mogen uwe kinderen hier verwachten van de toekomst ? Slechte dagen, ellende, armoede, vernedering, ondergang ?..."

Eugeen Schepens bereidde zijn “volksplanting” ernstig voor. Hij trok zelf, wellicht samen met Jules Van Hauvaert uit Schorisse, naar Argentinië en Uruguay.

Ze scheepten te Antwerpen in op 1 mei 1880 om het 'beloofde land' te gaan verkennen. Per stoomschip trokken ze naar Zuid-Amerika op verkenning. Eind mei, na 29 dagen, zetten ze voet aan wal in Montevideo en doorkruisten dan twee en een halve maand dat onmetelijke gebied van Entre Rios en Uruguay. Vanuit Buenos Aires vertrok Schepens op 15 augustus van datzelfde jaar ; hij kwam te Antwerpen aan op 14 september
1880.

Een eerste voordracht na zijn terugkeer uit Argentinië hield hij op paasmaandag 23 april 1881 in het Hof van Vlaanderen op de Grote Markt te Oudenaarde. Daar opende hij zijn 'lijst voor verhuizersgezinden naar den Entre Rios'.

Week na week schreef hij een bijdrage in de Scheldegalm waarin hij zijn visie uiteenzette. ik heb langs den Uruguaystroom gevaren, gereden en gewandeld, die schoone stroom meer dan 1.000 m breed en zoo diep dat zware stoomschepen op en af varen”.
Hij opteerde voor Entre Rios. “De hoogste heuvels in Entre-Rios zijn maar 100 m boven de zee. De omstreken van Schoorisse en Ronse bijvoorbeeld zijn veel oneffener. Met de grootste overtuiging zeg ik dat brave, verstandige, werkzame en goedgeleide landbouwers die het nodige geld bezitten om zich ginder op hunnen eigendom te plaatsen, in korte jaren zo niet schatrijk dan toch zeer welstellende mensen zullen zijn, die zonder kommer voor hun nageslacht door de wereld zullen zwemmen. De grootste weldaad die een vader des huisgezins aan zijn kinderen kan bewijzen is van hen naar Amerika te leiden en hen daar in schone boerderijen te plaatsen. In België is maar weinig toekomst meer, ginder is toekomst zonder einde.”(6)

De provincie Entre Rios ligt, zoals de naam suggereert, tussen twee rivieren, de Parana en de Uruguay. De Parana, 3.282 km lang, heeft één van de grootste stroomgebieden van de wereld en zorgt voor de afwatering van een deel van de oostelijke Andeshelling in Bolivia en Argentinië en van een groot deel van het bergland van Brazilië. De Uruguay, 1.612 km lang, ontspringt e Uruguay, 1.612 km lang, ontspringt tijd telde Entre Rios ongeveer 180.000 inwoners, hetzij 1,5 per km2, nu zijn er 15 inwoners per km2. Ter vergelijking: de provincie Oost-Vlaanderen telde rond 1880 ongeveer 290 inwoners per km2.

Eugeen Schepens stelde zijn project tot kolonisatie voor aan de burgemeester van Villaguay, de Heer Retamar. Hij vroeg aan het gemeentebestuur dat de Argentijnse staat zijn ticket eerste klas zou betalen aan boord van de stoomboot van de compagnie Lamport en Holt, en hem een som van 200 sterke pesos zou toekennen voor de propagandakosten in België.
Daarnaast wou hij ook dat de ontschepingskosten en het vervoer van de Belgische kolonisten van Buenos Aires naar Villaguay ten koste van de Argentijnse staat zouden vallen, dit in overeenstemming met de immigratiewet van 1876. Hij vroeg 80 percelen landbouwgrond in de gemeente Villaguay, van elk 32 ha groot en hij verbond er zich toe deze percelen te bevolken vóór 1884 met 80 boerenfamilies. Als bezoldiging vroeg hij 8 concessieterreinen voor hemzelf en dit onder dezelfde voorwaarden als die van de andere kolonisten.

1. Geert Van Istendael, De Standaard, 13-14 feb. 2010.

2. Belgisch Kolonisatieproject van Santo-Tomas de Guatemala (1843-1894), Rita Daveloose, Academiejaar 1977-78, Rijksuniversiteit Gent.

3. Belgisch Kolonisatieproject van Santo-Tomas de Guatemala (1843-1894), Rita Daveloose, Academiejaar 1977-78, Rijksuniversiteit Gent.

4. Emigratie en kolonisatie van Belgen naar de La Plata-staten : Argentinië, Paraguay en Uruguay (1857-1914), licentiaatsverhandeling van Magda Van Branden, Rijksuniversiteit Gent, academiejaar 1978-79, p.76.

5. De Scheldegalm, 31 oktober 1880.

6. De Scheldegalm, 1 januari 1881.

 

... het vervolg van dit artikel kan gelezen worden in het tijdschrift.